Per 1 januari 2009 komen de diagnostiek en behandeling van kinderen met dyslexie (die geboren zijn na 2000) in het basispakket van de zorgverzekeraars. Wied Ruijssenaars, hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dit een goede zaak. Hij legt uit waarom het zo lang geduurd heeft voordat deze stap genomen kon worden. Ruijssenaars vindt dat scholen steeds beter omgaan met dyslexie. ‘Men is steeds beter op de hoogte van wetenschappelijke behandelmethodes.’ Lees de hele opinie
Prof. dr. Wied Ruijssenaars: We moeten normaal doen over dyslexie
dec 15th, 2008 by Redactie Kennisdebat
Wat ik mis in dit verhaal is de reden waarom de diagnostiek en behandeling van kinderen met dyslexie alleen wordt vergoed voor kinderen die na 2000 zijn geboren. Is daar een reden voor, want een serieuze streep trekken is nergens voor nodig. Alsof ouders van kinderen die voor 2000 geboren zijn, niet gebaat zijn bij financiële ondersteuning in de behandeling. Die behandeling vindt hoe dan ook plaats, want je laat je kind niet zwemmen.
En dan punt van kritiek richting overheid: hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat er miscommunicatie plaatsvindt tussen de verschillende ministeries op dit punt. Er wordt niet over gepraat zegt prof. Ruijssenaars. Dat is haast ongeloofwaardig, alsof beide ministeries geen bilaterale overleggen hebben. De bekostiging van de behandeling, dat zal de enige, ware reden zijn dat er niet gecommuniceerd wordt. En dat is een flagrante belediging en miskenning van kinderen met dyslexie en hun ouders, want vergis je niet: een kind die dyslectisch is (zowel ergere als mildere vorm) kan in een sociaal isolement raken. Dat hoort deze ministeries in hun hart te raken!
Wat ik mis in het verhaal over dyslexie in de gezondheidszorg is het stukje slimme kinderen en dyslexie. Bij ons op school werken wij volgens het protocol leesproblemen en dyslexie, kinderen worden vroeg gesignaleerd en intensief begeleid. Halverwege groep 4 komen de ernstige gevallen in aanmerking voor een verder dyslexieonderzoek en krijgen ook de verklaring.
Helaas constateren wij dat er een groep lerlingen is die ook veel moeite heeft met lezen en spellen, maar die steeds net niet voldoen aan de criteria van de achterstand, de E-scores. Het zijn op school vaak de leerlingen waarvan gezegd wordt dat ze slim maar lui zijn en onnodige fouten maken. Deze leerlingen komen vaak op de HAVO terecht terwijl zij gezien hun intelectuele capaciteiten eigenlijk op VWO thuis horen. Zou de weg naar een dyslexie verklaring ook voor hen open staan, zodat zij kunnen profiteren van dispenserende en compenserende maatregelen dan kunnen ook zij het onderwijs krijgen dat bij hen past.
Beste Harmen Weijer, Het door het ministerie gekozen jaartal heeft te maken met een soort ingroeiprincipe. Elk jaar komt er een jaargroep bij, totdat de hele schoolperiode gedekt is. Dat heeft vooral financiële redenen en wordt vaker toegepast. Dat ministeries het niet met elkaar konden regelen en niet serieus overlegden (het ging over de periode na 1995) was ook voor de commissie van de Gezondheidsraad een vreemde ervaring.
Beste Annet van Gijzel, Die slimme kinderen met dyslexie zijn er inderdaad. Zij kunnen wel een dyslexieverklaring krijgen, maar voor de behandeling vanuit de zorgverzekering komen ze (vooralsnog) niet in aanmerking. Compenseren en dispenseren binnen het onderwijs is dus geen probleem.
Wat ik vreemd vind betreffende de criteria om tot vergoede zorg toegelaten te worden is het criterium van didactische resistentie.
Vanuit de huidige wetenschappelijke inzichten is het toch algemeen geaccepteerd dat dyslexie als oorzaak een neurologische basis heeft.
Je bent dyslectisch of je bent het niet. Waarom moet je dan toch eerst een half jaar remedieren. Zou je vooruit gaan omdat je cognitief genoeg compensatiemogelijkheden hebt dan vallen grensgevallen qua vergoeding buiten de boot. Het gevaar bestaat dat scholen gaan matsen. Ik vind dyslectisch is dyslectisch zonder excuses.
Het criterium didactische resistentie is m.i. irrelevant
met vriendelijke groet
Drs. L.H.W. van Heeswijk
LS,
Momeneel begeleid ik een leerlinge 6VWO (privé bijles wiskunde).
Naar mijn mening heeft ze dermate grote problemen met rekenen en wiskunde (abstract denken) dat mijn gedachten uitgaan naar dyscalculie.
Zijn er ook tests die ik zelf kan gebruiken alvorens de problematiek te bespreken met de ouders?
Wie o wie kan antwoord geve of doorverwijzen?
Mijn idee over dyslexie,
Ik heb zelf stevige dyslexie, en heb daar vroeger erg veel last van gehad. Vooral doordat ik als kind, door reacties van mijn omgeving de overtuiging heb gecreëerd dat ik stom en dom was. En zoals dat met overtuigingen gaat ben ik dat later ook gaan bewijzen dat die overtuiging waar was, met alle gevolgen van dien.
Totdat ik er 15 jaar geleden toevallig achter kwam dat het deel van een tekst dat iemand scherp ziet, bij mij veel smaller was dan bij anderen. Bijvoorbeeld het woord “belangwekkend”
Daar zie ik maar 3-4 letters scherp als ik mijn oogbal niet beweeg. Mijn echtgenote ziet de regel van een boek bijna geheel scherp. Ik ben dat bij vele mensen gaan uit proberen en kwam er achter dat dat zeer verschillend is. Mensen die “breed” zien lezen heel snel en makkelijk. En hoe smaller je scherp ziet, hoe trager het lezen gaat. En toen bleek dat mensen die zeer “smal” zien dyslexie hadden. Hoe smaller hoe erger. Het ging niet altijd op maar wel bij 90 %.
Ik ben geen wetenschap deskundige, maar wel ervaring kundig. Mijn simpele idee is dat je mensen hebt met grote of kleine oren, je ook mensen hebt met een groot of klein netvlies. En als dat waar is, lijkt het smal of breed zien heel logisch. Ik heb een bril laten maken met zo groot mogelijke prisma’s, waardoor ik “breder” kon zien. En mijn lezen ging 2,5 keer sneller en hoefde niet meer te hakkelen.
Het lijkt mij logisch, dat als ik maar 2-3 letters van een lang woord scherp zie, dat mijn hersenen dit gaan compenseren.
Ik moet langere woorden stukje voor stukje in mijn hersenen aan elkaar gaan breien voor dat ik het geheel zie en het uit kan spreken. Hierdoor heb ik dus eigenlijk een groot tijds probleem.
Ik las weinig, want het koste mij zoveel tijd en energie, maar ik las wel kranten, met smalle kolommen, want die waren veel hanteerbaarder.
Doordat ik toen begreep dat het niet aan mijn intelligentie, maar aan het smal zien lag, kon ik de overtuiging ” ik ben stom en dom” steeds meer los laten en ben mij toen sterk gaan ontwikkelen.
Nogmaals ik ben geen wetenschapper, en weet ook niet of dit allang bij wetenschappers bekend is. Ik zou hier graag reactie van een wetenschapper op krijgen.
Mij en ook mensen met dyslexie om mij heen, heeft het veel doen veranderen. Vooral de groei in eigenwaarde.
Hans van Doornik
Hvandoornik@gmail.com
Beste Hans van Doornik,
Dank voor de reactie! Er is veel onderzoek gedaan naar alle mogelijke vormen van visuele problemen en dyslexie. Dat heeft niet echt iets opgeleverd, behalve voor het snel waarnemen van bewegingen (zoals gebeurt bij het snel lezen van tekst en je ogen over de regel gaan, alsof de tekst onder je ogen door ‘beweegt’). Maar dat verklaart nog niet waarom mensen met dyslexie dan problemen hebben met het automatisch lezen van losse letters (zoals: au, eu, ei) en losse woorden (dat is namelijk de kern van dyslexie: een probleem in het snel herkennen van losse worden, die ook 1 voor 1 op een scherm mogen worden aangeboden). Ook niet waarom ze spelfouten maken bij het schrijven. Bijzonder genoeg melden verschillende mensen met dyslexie wel dat ze baat hebben met bijvoorbeeld grotere letters (zoals Times New Roman 14), zonder dat we daar in het onderzoek aanleiding toe zien. Mijn idee is echter altijd: als iemand met dyslexie baat heeft bij een bepaalde oplossing of voorziening, pas die dan in principe ook toe als dat redelijkerwijs mogelijk is. Vriendelijke groet, Wied Ruijssenaars.
Beste J. Kiers,
Een eerste manier om te toetsen op dyscalculie is door zgn. automatiseringstaken af te nemen (tempotoetsen genoemd). Lastig is alleen dat we geen normen hebben voor middelbare scholieren. Het vereist dus de nodige diagnostische kennis. Het gaat dus niet om het inzicht, maar om de vlotte/snelle kennis van wat we reken-/wiskundefeiten noemen (afspraken, notaties, eenvoudige formules die geautomatiseerd moeten zijn, tafels, deeltafels etc.). Helpt dit bij het uitzoeken? Vriendelijke groet, Wied Ruijssenaars.
Beste Bert van Heeswijk,
Didactische resistentie is inderdaad een lastig criterium. Toch blijkt de redenering dat er een ‘gezonde’ omgeving moet zijn (geweest) niet onlogisch. Bij elke stoornis is er van meet af aan een interactie tussen individu en omgeving. Een goed aanbod kan het risico op het naar voren komen van de stoornis verlagen, terwijl een slecht of geen aanbod dit risico kan vergroten. Om die reden wil je eerst uitschakelen dat het probleem mede (of sterk) is opgeroepen door een niet adequaat aanbod. Niet iedereen die in aanleg een risico op een stoornis heeft, krijgt die ook daadwerkelijk (zo wordt ook niet iedereen met het griepvirus echt ziek). Ook de omgeving speelt (mede) een rol.
Vriendelijke groet, Wied Ruijssenaars.