Feed on
Posts
Comments

Wereldhandel De Doha-ronde is in gevaar, maar niemand maakt zich er druk om. Ten onrechte vinden Steven Brakman en Harry Garretsen. Verdere vrijmaking van de handel is belangrijker voor de wereldeconomie dan de nervositeit op de financiËle markten.

Lees verder en reageer.

One Response to “Handel belangrijker dan financiële markten”

  1. Hendrik J. Kaput zegt:

    De landbouw is geen Twentse textiel industrie.

    Wordt in dit artikel de problematiek van de zgn. “Agrarfrage” op een juiste wijze besproken? Ik dacht het niet.

    In Thomas Frank’s boek “What’s the matter with Kansas. How conservatives won the heart of America” beschrijft hij de specifieke economische positie van de meeste boeren als volgt:
    “Ironically, the farm is where Americans learned their first lessons in the pitfalls of laissez-faire economics a hundred years ago. Farming is a field uniquely unsuited to the freewheeling whirl of open market. There are millions of farmers and they are naturally disorganized: they can’t coordinate their plans one with another. Not only are they easily victimized by powerful middlemen (as they were by the railroads in the Populist’ day), but when they find themselves in a tough situation – when, say, the price they are gettin for wheat is low – farmers do not have the option of cutting back production, as every other industry does, Instead, each of those millions of farmers works harder, competes better, becomes more efficient, cranks out more of the commodity in question … and thus makes the glut even worse and pushes the prices still lower. This is called an ‘overproduction trap,” and it can only be overcome by a suspension of competition through government intervention. Such intervention is what the Populists and the farmers’ unions fought for decades to secure: it finally came with the New Deal, which brought price supports and acreage set-asides and loan guarantees.

    For agribusiness, however, farm overproduction is the ideal situation. From their perspective, lower farm prices means higher profits and even greater power in the marketplace. Overproduction and all-out competition between farmers are thus to be encouraged by all available political means. While farmers are naturally disorganized, agribusiness moves in the opposite direction: like all industries, it seeks always to merge and acquire and choke off competition. And, also like other industries, it was finally permitted to do these things into the deregulatory climate of the Reagan-Clinton era.”

    Hoe die ontwikkelingen er recentelijk uitzien wordt duidelijk uit het Heffernan Report: http://nfu.org/issues/economic-policy/resources/heffernan-report

    Hoe zit het nu met die handel, vrijhandel zoals wij dat noemen. Het is al heel lang geen vrijhandel vs protectionisme meer. Wij hebben geen substantieel systeem van protectionisme meer gehad gedurende meer dan dertig jaar door allerlei internationale overeenkomsten.
    Het is meer vrijhandel vs regulering.

    Steven Brakman meent dat door het afschaffen van allerlei handelsbeperkingen juist nu door de gekte van de biobrandstoffen het landbouwdossier kan worden afgesloten. Maar wanneer je even naar de historische ontwikkelingen kijkt is het tegendeel het geval. Handel voert niet altijd noodzakelijkerwijs tot allerlei verbeteringen. De gedachte dat alle handel, alle investeringen goed zijn deugt niet. Het zou democratie brengen, liberalisering te weeg brengen, zelfs betere sociale omstandigheden. Maar wanneer je goed rondkijkt, zie je juist het tegendeel en dan hebben we het nog niet eens over allerlei ecologische bedreigingen.

    Weg met de handelsbeperkingen in het kader van de globalisering.

    Globalisering. Het is een term die nauwelijks iets zegt, of de “ideologie” heeft zichzelf achterhaald en we zitten mogelijk in een overgangsfase.
    Hoe wil je anders o.a. het opkomend nationalisme en het failliet van het neoliberale ontwikkelingsbeleid begrijpen.
    Wat mij betreft alleen “true believers” geloven nog in globalisering, de geobserveerde ontwikkelingen gaan in een andere richting.
    De globaliseringsgedachte kan als abstract denkbeeld blijkbaar overal en op van alles worden toegepast, want het weet hoe de economie werkzaam is. Als antibureaucratisch systeem is deze gedachte uiteindelijk toch een systeem toegewijd aan het systeem zelf gebleken. Vorm over inhoud. Privé ondernemerschap versus management van de publieke sector, waarbij privé ondernemerschap natuurlijk veel meer succes heeft. Ik wil de mislukkingen van die grootschalige publieke aanpak hier niet wegpoetsen, de bouw van stuwdammen die het ene probleem oplosten en een scala van andere problemen ergens anders genereerden. Of bijvoorbeeld de grote industrialisatieprogramma’s opgelegd door de Wereld Bank, die hele plattelandsgebieden destabiliseerden en wiens beleid verantwoordelijk werd voor de favela’s en de slums.
    De belangrijkste economische activiteit van veel ontwikkelingslanden is de landbouw.
    Dit type landbouw, veelbezongen door de globalisten, die van de massaproductie, de grote machines en de chemie getuigt van dezelfde optimistische houding. Opvallend is dat deze aanpak steeds gepaard ging met grote hoeveelheden publieke middelen. Wat we tot nu toe ook hebben gezien is dat deze benadering van de landbouw enorme hoeveelheden producten kan produceren met als gevolg dat de landbouwende bevolking van hun land wordt gejaagd, dat de kleine agrarische gemeenschappen failliet gaan en dat zelfs uiteindelijk de grootste producenten moeten sappelen om rond te komen. De echte winsten gingen naar de managementorganisaties, de tussenhandel, de groothandel en de fabrikanten van allerlei machines, hulpstoffen en bulk voedsel. Zie het Heffernan report.

    De consequenties voor de ontwikkelingslanden zijn enorm. In lage inkomenslanden is 70% van de werkgelegenheid agrarisch, in middeninkomenslanden 30 tot 40%, bij ons slecht 4 %, en zelfs hier is de sector in een permanente financiële en menselijke crisis terechtgekomen sinds de jaren 70. Deze toepassing van industriële agrarische methoden in de lage en middeninkomenslanden is het recept voor een sociale catastrofe geworden. Toch is dit de droom van de open markten. De meest efficiënte actor zal winnen. (Landbouw beschouwen als de Twentse textielindustrie.) Voedsel als een afgeleide van de industriële methode, niet als een bron van het leven zelf. Maar met meer dan 70 % van de bevolking in lage inkomenslanden afhankelijk van kleine akkertjes is efficiency maar een ondergeschikte overweging. Heel helder heeft de UNDP dat al jaren geleden geformuleerd: voedselveiligheid, werk voor oudere boeren etc. Het wordt tijd om over de consequenties van “De Agrarfrage” te gaan praten. De Evert Vermeer Stichting bv., lekker tegen die subsidies aanschoppen en hoe nu verder? Maar blijkbaar wil niemand het over de consequenties en de contradicties hebben. Bijvoorbeeld: Zelfs met duizenden hectare land en het beste aan machines en chemie is het voor een boer ook in de Westerse wereld sappelen om rond te komen. Dat dit niet overeenkomt met de verwachtingen van de huidige economische ideologie mag duidelijk wezen. Immers de conclusie kan alleen maar zijn, al het ideologisch enthousiasme even aan de kant gezet, dat de theorie niet deugd. Daarom is het hoog tijd dat we de situatie wat minder ideologisch en wat meer praktisch benaderen.

    Globalisering als natuurverschijnsel. Wanneer je zoals ik de “Agrarfrage” bestudeert, ontkom je niet aan een meer historische analyse. Het is altijd wat met een definitie, maar privatiseer, privatiseer is toch het kernwoord dat bij me opkomt bij de term globalisering. En dat lijkt me op zich geen natuurverschijnsel. Zo wie zo praten we over de economie. Is dat wel een wetenschap? Beschavingen, religies, talen, culturen, naties, zelfs natiestaten leven vaak eeuwenlang. Voor een economische theorie is een kwart eeuw al heel wat. Een half eeuw uiterst ongebruikelijk. Een langer leven dan dat is grootspraak.

    De internationale handel waarover we het hier vooral hebben, met zwakkere partners, wordt nog steeds gelegitimeerd door de “Wet” van de comparatieve kostenverschillen van de heer D. Ricardo.
    Meer dan 80% van de economen (vooral econometristen, een vreemd soort species in economenland) gelooft dat deze wet juist is, heeft ooit een aantal economen mij verteld.
    Of er ooit een goede analyse van de Portugese historische werkelijkheid is geweest valt te betwijfelen. Mijn idee is dat Portugal toentertijd economisch waarschijnlijk ernstig achterop is geraakt. Het is maar een idee, mogelijk van weinig wetenschappelijke waarde. (Zeker is dat in Engeland in de 19 e eeuw, na afschaffing van de graanheffingen, de landbouw lange tijd ernstig stagneerde)
    Toch is het mijns inziens een schandaal dat men(van de PvdA bv.Trouwens welke partij niet?) nu, wat men van plan is, de voormalige kolonies EPA vrijhandelsverdragen in de maag wil splitsen in het kader van de globaliseringsgedachte. Gelukkig denkt de nieuwe minister Bert Koenders daar nu iets anders over:
    “Dit betekent niet dat die ontwikkelingslanden zich niet moeten dynamiseren, maar het kan niet zo zijn dat op korte termijn één partij de markt opengooit en wij nog steeds op onze landbouwsubsidies blijven zitten. Dat wordt een hard gevecht, ook binnen ons eigen kabinet en binnen Europa, maar ik vind het ongelofelijk belangrijk, eerlijke handel voorop.” (Uitgesproken op de Afrikadag. Blijkbaar blijft hij geloven in het uiteindelijke ideaal. Trouwens “Eerlijke handel, evenals vrijhandel wat een nietszeggende term.)
    Blijft over dat ook het idee dat je hier wel van die subsidies (heffingen en inkomensondersteuning) af kunt, zonder een grondige analyse van “Die Agrarfrage” ook een grof schandaal is.

    Wanneer je allerlei boeken, papers, theses en speeches leest over dit onderwerp is het beeld toch heel helder. Zo’n kwart eeuw, in ieder geval tot eind jaren 90, werd het publieke debat gedomineerd door een overall beeld van wat Globalisering was en waarom het onvermijdelijk was. (natuurverschijnsel?!)
    Opnieuw, is economie ooit wel een echte wetenschap geweest, is het niet veel meer het domein van veel speculatief onderzoek?
    Wat je nu weer ziet opdagen zijn onderdelen van een afschuwelijk soort negentiende eeuws nationalisme, samen met een vleugje ouderwets protectionisme, dat is wel het laatste wat we kunnen gebruiken.
    Wat zal er gebeuren? In een tijd van toenemende onzekerheid weten we de uitkomst niet. Wanneer je achterom kijkt is het verbazingwekkend hoe snel het eens onvermijdelijke al weer vlug werd vergeten of die veranderingen nu positieve dan wel negatieve gevolgen hadden. Kortom ik zie overal afbreuk aan die globalistische economische onvermijdelijkheid.
    Natuurlijk zijn er altijd nog mensen in een kleine gesloten wereld van economen, ambtenaren, belangengroepen en specialisten, waar het verhaal voort suddert, dat geeft ook niet. Waarom ook niet? Maar de meesten van ons bevinden zich elders, daar waar de werkelijke wereld zich bevindt.

    Het komt er nu op aan dit interregnum te benutten.

    Lees liever het artikel van Niek Koning: http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artid=22625 in plaats van deze onzin.

    Maar goed dat voor de boeren de prijzen door o.a. de waanzin van de biobrandstoffen (zie Patzek) ondertussen een beetje aantrekken.

    Hendrik Kaput

Leave a Reply